16 mei 2012
Zevenendertig
Mensen die tot cijfers herleid worden: ik ben er nooit een grote voorstander van geweest. Maar als je je aan een kiesstrijd waagt, zit er weinig anders op. Want meer nog dan voor welke partij je kandideert, willen mensen weten op de hoeveelste plaats je staat. In mijn geval: zevenendertig. Samen met 46 anderen die in oktober 2012 een sterk Brugs verhaal gaan schrijven.
In eerste instantie lijkt 37 een banaal cijfer. Minder makkelijk te onthouden dan 1, 5 of pakweg 15. Maar wie buiten die blokjes van 5 denkt, kan behoorlijk staan kijken van wat de combinatie 3-7 inhoudt. Op Wikipedia staat onder andere dit:
• 37 is de normale menselijke lichaamstemperatuur in graden Celsius
• 37 is het eerste irreguliere priemgetal
En dan schrijven ze bovendien nog iets over het aantal genen in mitochondriaal DNA, dat enkel via de vrouwelijke lijn (jawel!) wordt doorgegeven. Met andere woorden: 37 is een heel ernstig getal. Maar het is net zo goed verbonden met menselijke ‘warmte’ en met vrouwen. Als je ’t zo bekijkt, kon ik geen betere plaats op de gemeenteraadslijst van sp.a krijgen.
Of ik echt bikkelharde politieke ambities heb? En of ik daarom op een lijst sta? Laten we nuchter blijven: een single mum met 2 kleine chimpansees heeft geen avonden op rij vrij om complexe dossiers te doorworstelen, vergaderingen bij te wonen en alomtegenwoordig te zijn in haar stad. En het is niet omdat Keizer Nero in 37 (!) geboren werd, dat ik een even groot staatsmens als hem wil worden. Oh neen. Politiek is voor mij een manier om mijn engagement voor mijn stad kenbaar te maken. En heel specifiek: voor de allerjongsten in die stad. Zij de moeten beste kansen krijgen en de beschikbare uitdagingen kunnen grijpen. De stad, of beter: het beleid in die stad moet dat sterke verhaal willen schrijven. En dat verhaal begint voor heel wat jonge kinderen… in de kinderopvang.
Daarom is het zo fijn dat Mieke Hoste, directeur van het kinderdagverblijf Pietje Pek, ook op de Brugse sp.a-lijst staat. Plaats 4, als u het zich afvroeg. Mieke en haar opvanginitiatief lagen vorig jaar nog maar eens onder vuur vanwege het ‘buurtlawaai’ dat ze veroorzaakten. Een redelijk onverzettelijke buurman slaagde er via een juridische uitputtingsstrijd in om Pietje Pek uit de binnenstad te doen verdwijnen. De opvang leeft intussen verder op een andere locatie, met een zelfde gemotiveerd team. “Oef…” klonk het bij de ouders en betrokkenen.
Maar “oef” is niet oké. Kinderopvang hoort niet onder vuur te liggen, nooit. Het is een recht voor alle kinderen, vanaf de dag dat ze geboren worden. Ik ben er rotsvast van overtuigd dat goede kinderopvang een stevige basis is voor alle jonge kinderen die er hun weekdagen doorbrengen. Dankzij die kinderopvang – eerst voorschools, later buitenschools – kunnen ze immers uitgroeien tot zelfbewuste jongeren en burgers in en rond hun stad. Tenminste: als die stad hen het signaal geeft dat ze welkom zijn. Ongeacht sociale achtergrond, geloofsovertuiging, huidskleur. Elk kind heeft recht op een opvangplaats tussen de andere kinderen, in en rond de stad.
Brugge scoort in deze context lang niet slecht. Er zijn over het gehele grondgebied bekeken meer dan voldoende opvangplaatsen beschikbaar als we ons op de Barcelonanorm baseren (33 plaatsen per 100 inwoners onder de leeftijd van 3). Maar dat betekent niet dat alle ouders in de deelgemeenten even goed ‘bediend’ worden als in het centrum van de stad. Het betekent ook niet dat die kinderopvang de sociale mix van elke buurt vertegenwoordigt. Of dat het aanbod in elke wijk/buurt is afgestemd op de noden van de inwoners. Als we een echt sterk verhaal willen schrijven… moeten we daar durven in investeren. In voldoende en kwalitatieve opvang, voor elk jong gezin. Ik probeer er op mijn manier een steentje toe bij te dragen en hoop dat u dat op 14 oktober ook doet.
16:40• Gepost door Benedikte Van Eeghem in Algemeen , Gezin , Maatschappij , Politiek • Permalink•
09 mei 2012
Brain Gain
Ik moet gaan oppassen. Dat deze blog er geen wordt vol ergernis over wat anderen zeggen over tal van zaken. Want ik hoor de criticasters nu al komen: ‘gij kunt er niet tegen als ze kritiek op vrouwen geven’. Die ‘ze’, dat zijn dan meestal mannen. Of straffer nog: ‘ge hebt er last van als ze met West-Vlamingen lachen’. En die ‘ze’, dat zijn dan weer de niet-West-Vlamingen. Die hanteren immers ‘ge’ in hun aansprekingen. Kenners weten dat ik anders ‘je’ had geschreven. Dat is de meest gangbare term voor ‘Westfluten’ als die iemand aanspreken. Maar dit geheel terzijde.
Voor het onheil mijn richting uitkomt, dien ik de mogelijke criticasters meteen van repliek. Ik kan heus wel tegen kritiek, op nagenoeg alle vlakken. Tenminste: als die kritiek gefundeerd is, want dan kan ik er iets uit leren. En laat het nu net dat zijn wat schromelijk ontbreekt in de column die Marc Reynebeau vandaag de wereld inbraakte: gefundeerde kritiek.
Dit is de issue: vanaf 2014 kunnen studenten die een ingenieursopleiding volgen aan Howest Kortrijk, een universitair diploma op zak steken. Omdat Howest tegenwoordig volwaardig deel uitmaakt van de Associatie Universiteit Gent. Goede zaak, als je het enigszins objectief bekijkt. Het gaat om een upgrade van een opleidingspakket. Jongeren uit West-Vlaanderen hoeven de provinciegrenzen niet noodzakelijk meer over als ze een master willen behalen en als ingenieur willen afstuderen. Op wereldvlak mag het amper iets voorstellen, maar lokaal zijn mensen daar kontent mee. Ze zijn er zelfs trots op. Net zoals het bestuur van de betrokken hogeschool, dat er bijgevolg breed mee uitpakte in regionale en nationale berichtgeving.
Blijkbaar is het dat laatste waar Marc Reynebeau vreselijk veel last van heeft. Dat locals met trots iets verkondigen wat binnen hun provincie een ‘troef’ is. Voor hem was het de aanzet om West-Vlamingen in De Standaard een kerktorenmentaliteit van jewelste aan te smeren. Het hele discours uitpluizen zou ons te ver leiden. Maar Reynebeau vat het samen als: West-Vlamingen zijn nog steeds keuterboeren. En ze zijn te leeg om naar Gent of Leuven te sporen voor een opleiding. Ze vinden dat misschien te lastig. En daarom zijn ze fier dat het nu wel binnen de grenzen kan, afstuderen aan den unief. En ze voelen een ‘inhibitie’ omdat elders in Vlaanderen een andere taal wordt gesproken. En wie kan dat wat schelen. En... en... en...
En? Eigenlijk is ridicuul om nog verder op ’s mans woorden in te gaan. Ik heb ze met de bril der ironie gelezen, eens geglimlacht en vooral gedacht: hij kan goed schrijven, die Reynebeau. Maar WAT hij schrijft, is daarom nog niet per definitie goed. Akkoord dat een lokale evolutie in het hoger onderwijs hem werkelijk niet wakker houdt. Maar dat is een tendens die ook in de andere richting werkt. Par exemple: de dood van La Esterella was vooral voor Antwerpenaren groot nieuws, maar heel Vlaanderen werd er vet mee om de oren geslagen. Ik moet de eerste West-Vlaming nog ontmoeten die dat extreem relevant vond.
En: die ‘nieuwe’ universitaire diploma’s in West-Vlaanderen zijn eigenlijk zo gek nog niet. Laat staan irrelevant. Lokaal afstuderen in een bepaalde richting betekent dat je je geboortestreek niet verlaat en de zoektocht naar een job ook niet per definitie buiten die streek aanvat. Op termijn blijft een iets hoger percentage gestudeerdheid dus ook plakken waar ze het daglicht zag. In chique termen heet dat ‘brain gain’. Daar is elke mens, ongeacht provinciale achtergrond, bij gebaat.
Maar ook en vooral: Reynebeau pleegde zijn column in wat heet een kwaliteitskrant. Als ex-journalist begin ik me meer en meer af te vragen wie die term ‘kwaliteitskrant’ ooit in het leven riep. De kranten zelf waarschijnlijk. Bijgevolg is het label soms even hol als het medium waarnaar het verwijst. Een kwaliteitskrant publiceert inhoudelijk straf werk, geen losse flodders vol opgekropte frustratie. Daar lijkt Reynebeau met het verstrijken der jaren steeds meer last van te hebben. Zijn columns worden er in zekere zin ook zeurderig door. Grumpy old man talk. Als u het mij vraagt is dat het moment waarop een zichzelf respecterende schrijver zijn Parker aan de haak moet hangen.
Tot slot: hoewel allesbehalve ingenieur van nature, vind ik het positief dat ze nu ook in West-Vlaanderen een universitair diploma in die studierichting uitreiken. Daarmee zijn we niet meer die exoten die het als enige in Vlaanderen ‘niet’ doen. Valse bescheidenheid zou hier belachelijk overkomen. Met de dood van een regionale smartlapzanger daarentegen... vallen we de mensheid liever niet lastig. We beperken ons tot de essentie. Met de aanstormende brain gain zal dat alleen nog verbeteren.
22:12• Gepost door Benedikte Van Eeghem in Algemeen , Knipoog , Maatschappij • Permalink•
06 mei 2012
Getverse Gertje
Die hard feminisme is mijn ding niet. Vrouwonvriendelijke uitspraken zijn dat evenmin. Voorbije week was het weer van dattem, in een kwalitatief weekblad:
“Tegenwoordig kunnen vrouwen niet meer koken en ze zijn er fier op ook.” (...)
“Als één van mijn werkneemsters aankondigt dat ze wat gas wil terugnemen, heb ik daar alle begrip voor. Maar dan moet ze ook begrijpen dat daar consequenties aan verbonden zijn voor haar carrière.”
Aan het woord, in Knack: de heer Gert Verhulst. Hij leerde zijn volk van sprekende honden en kwelende meisjestrio’s houden. In wezen is daar niks mis mee. Ook mijn nazaten pronken graag met hun eigen interpretaties van de Kabouterdans en Mamasé in de woonkamer. De marketing achter Studio100 werkt. Het bedrijf hoeft in mijn ogen niet gebannen te worden uit het medialandschap. Maar voor 50% van het topmanagement van deze moloch is er duidelijk werk aan de winkel.
Gert Verhulst bekijkt de vrouw anno 2012 nog steeds als een ‘fenomeen’ dat vooral achter het fornuis dient te presteren en kinderen ter aarde mag werpen, maar verder geen eisen hoort te stellen. Wij moeten het maar begrijpen, dat een gezin stichten voor ons consequenties heeft. Alsof we dat gezin helemaal alleen realiseren, zonder enig aandeel van de mannelijke soort in het verhaal. Benieuwd of Josje, het nieuwste speeltje van Samsons baasje, dat ook oké vindt. Benieuwd of zij op haar 26ste devoot de aardappels schilt in de vooravond en het vlees zachtjes gaart, de keukenschort voorgebonden, wachtend tot de man aan tafel aanschuift na zijn zeer zware werkdag. Benieuwd of ze achteloos accepteert dat mocht baasje haar ooit bezwangeren, haar carrière prompt teruggeschroefd wordt. (Gertjes kindjes baar je niet zonder consequenties, liefste meid. En vergeet niet net genoeg zout op het vlees te strooien. Te veel vergalt de smaak. Echte vrouwen kunnen koken en weten dat.)
Beschamend is het eigenlijk, wat één van de rijkste zakenlui in dit land verkondigt. De man die nota bene zijn rijkdom dankt aan duizenden kinderen die door even veel goedmenende moeders ter aarde zijn besteld. Gesteld dat die vrouwen collectief niet meer voor kinderen kiezen, dan mag Verhulst zijn hele Studio 100-imperium morgen naar de prullenmand verkasten. Weg publiek. (Ook aan uw uitspraken zijn er consequenties verbonden, mijnheer Verhulst. Al heeft u het waarschijnlijk nog niet zo bekeken.)
Laten we voor de sport even nostalgisch worden, nu het nog kan. Ruim twee generaties voor mij zijn heel wat vrouwen in deze maatschappij actief op tafel beginnen slaan. Terecht. Ze beseften dat wij in wezen nooit ’s mans gelijke zullen zijn – hoeft ook niet – maar dat we wel een gelijkwaardige behandeling verdienen. Dat het niet is omdat we kinderen kunnen baren, we daardoor meteen een pak andere rechten moeten verliezen. Dat het niet is omdat we een gezin willen stichten en dus menselijk kapitaal aanleveren voor de toekomst, we dat per definitie aan ons loon en pensioen moeten voelen. Dat het niet is omdat we de volgende generatie opvoeden, we onze leefwereld tot huiskamer en keuken moeten beperken. Dat het niet is omdat we een groot stuk van het huishouden managen, we daar per se in moeten uitblinken. Een vrouw die een aardappel laat aanbranden kan op 1001 andere vlakken een absoluut topwijf zijn.
Het laatste wat ik verwacht is dat de Dolle Mina’s in 2012 terug in het straatbeeld verschijnen. Hun strijd is gestreden. Maar er is nog verdomd veel werk aan de winkel. Vrouwen kunnen nog altijd minder op begrip rekenen wanneer de combinatie werk-gezin zich aandient. We moeten kiezen of delen, we kunnen niet alles willen, zo luidt het. Uitspraken zoals die van Gert Verhulst versterken die perceptie alleen maar. Belachelijk is dat. Ik hoop oprecht dat elke moeder die binnenkort Plopsaland of een andere Studio 100-uitwas bezoekt, Gert opspoort en hem lik op stuk geeft. Voor diepgaandere tekst en uitleg mogen ze mijn nummer doorgeven. Dan zeg ik hem dat er vrouwen bestaan die én goede moeder én carrièrevrouw én op hun pik getrapt kunnen zijn. Marlèneke kan er alvast een puntje aan zuigen.
22:39• Gepost door Benedikte Van Eeghem in Algemeen , Gezin , Maatschappij • Permalink•














